🎧 Beluister ook de podcast:
Deze dialoog is ook te beluisteren als podcast-aflevering:
Kerst zonder familiedrama – podcast special
Een beschouwing van de maand december
December: het licht dat geboren wordt in de stilte
December draagt iets bijzonders in zich. Terwijl de dagen kort zijn en het donker zich vroeg aandient, wordt overal licht ontstoken. Niet omdat de duisternis verdwijnt, maar juist omdat zij aanwezig is. In huizen, straten en harten verschijnen kleine lichtpunten die geen groot gebaar maken, maar eenvoudigweg blijven branden.
December is de maand van het keerpunt. Midden in de donkerste tijd van het jaar wordt het licht opnieuw geboren. Niet luid, niet zichtbaar voor iedereen, maar stil en kwetsbaar. Het is een tijd die ons herinnert aan iets wezenlijks: dat groei niet altijd begint met vooruitgang, maar vaak met inkeer.
Juist in deze maand worden we uitgenodigd om naar binnen te keren. Om stil te staan bij wat ons bezielt, wat ons raakt en wat in ons tot leven wil komen. Niet ondanks de duisternis, maar dankzij haar. December laat zien dat hoop geen verwachting hoeft te zijn, maar een innerlijk weten dat het licht, hoe klein ook, niet verdwijnt.
Vanuit die achtergrond kijken we naar kerst. Niet als een moment van perfectie, maar als een uitnodiging tot bewustzijn.
Kerst en hoge verwachtingen
De verwachtingen rond kerst zijn vaak hoog, soms zelfs torenhoog. We komen uit een periode van hard werken, of zitten er nog middenin, omdat alles nu eenmaal afgerond moest worden voordat die welverdiende vakantie kon beginnen. Want hoe kun je ontspannen als er nog van alles onaf ligt? Zelfs wanneer het werk officieel is afgerond, blijft het in onze gedachten doorwerken.
En dan is het zover: kerst komt in zicht. De dagen worden korter, de avonden langer, en het verlangen naar warmte, gezelligheid en samenzijn met familie groeit. Daar deden we het tenslotte allemaal voor. De kerstboom stond vaak al weken geleden in huis, als een stille belofte dat die mooie momenten echt zouden komen. Hij stond daar geduldig, versierd en wel, terwijl het leven gewoon doorging. Alsof hij fluisterde: houd nog even vol, straks wordt het gezellig. Maar waarom roept zo’n kerstboom eigenlijk zo’n sterk gevoel van samenhorigheid op?
De betekenis van het wintersolstitium
Dat gevoel is geen toeval. In Noord-Europese culturen speelde de boom een belangrijke rol rond het wintersolstitium, het moment van de langste nacht van het jaar. Dit werd niet gezien als een dieptepunt, maar juist als een keerpunt: het ogenblik waarop het licht opnieuw geboren wordt. In de theosofische traditie verwijst dit niet alleen naar een astronomisch verschijnsel, maar ook naar een innerlijk proces dat zich in de mens voltrekt.
De boom stond symbool voor de wereldboom, met wortels in de geest en takken die zich uitstrekken tot sterren en zonnen. Met ‘geest’ bedoelen we in de praktische theosofie geen abstract of zweverig begrip, maar het stille, dragende bewustzijn in ons dat kan waarnemen zonder direct te reageren. Dat deel van ons dat niet meteen meegaat in emoties, oordelen of oude patronen, maar ruimte schept voor helderheid en verbinding.
Waarom kerst niet altijd feestelijk voelt
De lichtjes in de kerstboom herinneren aan een oud beeld: zelfs in de diepste duisternis wordt licht gegeven. Ze verwijzen naar krachten die waken over het goddelijke vuur van liefde. En toch weten we allemaal dat een kerstboom op zichzelf geen garantie is voor feestvreugde. Hoe mooi het symbool ook is, het voorkomt niet dat veel kerstvieringen ongemerkt uitlopen op spanningen of teleurstellingen.
Want laten we eerlijk zijn: veel kerstfeesten eindigen anders dan gehoopt. Dat wordt alleen zelden uitgesproken. Op de vraag hoe kerst was, volgt meestal een beleefd “goed hoor”, terwijl ondertussen het eten aanbrandde, de cadeaus niet helemaal in de smaak vielen en iemand wéér die ene opmerking maakte die al zo vaak is gevallen. We lachen erom, of slikken het in, maar iets blijft knagen.
Verwachtingen aan de kersttafel
Misschien ontstaat familiedrama met kerst niet zozeer door wat er gebeurt, maar door wat we onbewust meenemen. Verwachtingen over hoe het zou moeten zijn. Oude verhalen over wie altijd zo is. Het verlangen om gezien, erkend of begrepen te worden. Juist tijdens de feestdagen komen deze lagen naar boven, omdat we hopen dat het dit keer anders zal zijn. Maar die hoop is vaak minder onschuldig dan ze klinkt. Het is geen stille innerlijke kracht, maar een verwachting vermomd als hoop. Meer verwant aan het werpen van een dobbelsteen dan aan werkelijk vertrouwen: misschien valt het dit jaar beter uit, misschien gooien we eindelijk een zes.
In de theosofie wordt hoop vaak genoemd naast liefde en het goddelijke, maar dat is een andere hoop. Niet de hoop die afhankelijk is van gedrag, woorden of omstandigheden, maar een diep vertrouwen dat losstaat van uitkomst. Waar die eerste hoop leidt tot teleurstelling, opent deze tweede iets in ons dat niet hoeft af te wachten, maar kan dragen.
De ongeboren Christus in de mens
In de theosofie wordt gesproken over de ongeboren Christus in de mens. Niet als een historische figuur, maar als een innerlijk beginsel: de vredevorst, de kracht van liefde en bewustzijn die in ieder van ons aanwezig is. Kerst herinnert ons aan die mogelijkheid. Niet door uiterlijke perfectie, maar door een innerlijk ontwaken. Toch is juist daar de spanning voelbaar. Want hoe laten we die innerlijke Christus spreken wanneer emoties oplopen? Wanneer oude patronen zich melden aan de kersttafel? Wanneer iemand precies dát zegt wat ons raakt?
Op zulke momenten herkennen we onze emoties vaak niet. Integendeel. We zeggen snel en overtuigend: “Ik ben helemaal niet boos.” En meestal menen we dat ook echt. Op dat moment zien we het niet van onszelf. De boosheid heeft zich vermomd als gelijk hebben, als gekwetst zijn, als zwijgen of juist als grapje. Emoties openbaren zich zelden onder hun eigen naam. Ze werken ondergronds, juist wanneer we denken dat we redelijk zijn. Dit is precies het punt waarop een praktische theosofische benadering relevant wordt. Bewustzijn begint niet bij het wegduwen van emoties, maar bij het herkennen ervan wanneer ze zich aandienen — niet achteraf, maar op het moment zelf. Dat vraagt geen moreel oordeel, maar opmerkzaamheid. Wat gebeurt hier werkelijk in mij? Wat wordt er geraakt? En welk deel van mij reageert?
Angst als onderstroom
Onder veel emoties ligt angst verborgen. Angst om afgewezen te worden, om niet gezien te worden, om controle te verliezen. In het dagelijks leven wordt vaak gezegd dat angst een bescherming is. Maar zoals Purucker scherp onderscheidt, geldt dat alleen voor wie angst tot tweede natuur heeft gemaakt. Angst beschermt niet de sterke mens. Integendeel. Ze ondermijnt gemoedsrust en zelfvertrouwen, tast de wil aan en werkt verlammend.
Wie bang is, krimpt innerlijk ineen. De levenskrachten worden geblokkeerd, de spontaniteit verdwijnt, en in de omgang met anderen kan angst zelfs wreedheid voortbrengen. Niet omdat iemand slecht is, maar omdat angst altijd vernauwt. Ze maakt klein, defensief en gesloten. Paradoxaal genoeg verkeert iemand die bang is daardoor juist in groter gevaar dan iemand die onbevreesd is. Angst trekt gevaar aan, omdat ze ons uit ons midden haalt. Dat mechanisme zien we niet alleen in onszelf, maar ook in grotere verbanden. Denk aan een wapenwedloop: die ontstaat niet uit kracht, maar uit wederzijdse angst. De vrees om achter te blijven voedt precies datgene waarvoor men zich zegt te willen beschermen.
Misschien herkennen we dat ook aan de kersttafel. Niet als openlijke paniek, maar als spanning, prikkelbaarheid of behoefte om gelijk te krijgen. De vraag is dan niet: hoe kom ik van mijn angst af? maar: durf ik te zien dat ze er is?
Liefde als bescherming
Daartegenover staat liefde. Niet als sentiment, maar als kracht. Waarom is liefde zo’n grote bescherming? Niet alleen omdat ze angst verdrijft, maar omdat haar trilling volkomen harmonisch is. Angst is altijd onrustig, verstoord, uitputtend. Liefde daarentegen draagt, opent en verbindt.
Het goddelijke wordt in de theosofie gezien als volmaakte harmonie. Alles wat lager staat kan zich daarmee verbinden en eraan optrekken. Angst verhindert dat, omdat ze ons losmaakt van die harmonie. Kijk maar naar het beeld van een mens of dier in doodsangst. Dan zie je een wezen dat volledig uit zijn midden is geraakt. De liefde, die vrede, kracht en gemoedsrust schenkt, is op dat moment vergeten.
En dat vergeten is belangrijk. Liefde is niet verdwenen; ze wordt slechts niet meer beleefd. Volmaakte liefde die alle angst uitbant betekent dan ook niet dat we emoties onderdrukken, maar dat we leren leven vanuit dat deel van onszelf dat universeel is. Dat deel dat niet persoonlijk gekwetst hoeft te zijn, omdat het ruimer is dan de situatie. Daar, in dat bewustzijn, wordt de ongeboren Christus wakker. Niet met grote woorden, maar met stille aanwezigheid. Misschien precies op het moment dat we merken: ik ben boos, ik ben bang, ik ben geraakt — en toch niet hoeven te reageren.
Een andere manier van kijken
Misschien is de vraag daarom niet hoe we een perfecte kerst kunnen organiseren, maar wat er in onszelf geboren wil worden. Niet door de ander te veranderen en ook niet door spanningen koste wat kost te vermijden, maar door anders aanwezig te zijn. Door op te merken wat er in ons gebeurt, nog voordat we reageren. Door ruimte te laten ontstaan waar normaal gesproken automatisme regeert.
Een open decembervraag
Misschien vraagt deze decembermaand daarom niet om harmonie aan de buitenkant, maar om eerlijkheid van binnen. Niet om het vermijden van spanning, maar om het herkennen ervan. En niet om hoop op een perfecte kerst, maar om vertrouwen in dat wat in ons geboren kan worden, juist wanneer het schuurt.
Hoe herken jij je emoties op het moment zelf?
Waar verschuilt angst zich in jouw reacties?
En wat betekent het voor jou om te leven vanuit dat deel dat groter is dan angst?
Deze beschouwing is niet af.
Misschien begint ze juist hier.
5 reacties
Reacties zijn welkom als inspiratie voor verdere verdieping. Ze worden niet onder naam weergegeven, zodat de inhoud centraal kan staan. Waar passend kunnen reacties in aangepaste vorm worden meegenomen in een vervolgtekst, in afstemming met de schrijver.






Toen deze beschouwing eenmaal was geland, merkte ik dat er iets in mij begon te bewegen. Alsof het niet rustig bleef, maar juist wat stof deed opwaaien. Eén vraag bleef zich aandienen: hoe kan liefde werkelijk een medicijn zijn voor drama?
Is dat idee niet iets waar we al voorbij zijn? De flowerpower-tijd heeft veel moois gebracht, maar liet ook zien hoe moeilijk het is om liefde blijvend te maken. Goede intenties alleen bleken niet genoeg. En eerlijk gezegd: als ik straks weer aan de kersttafel zit, kan ik me nog zo liefdevol en bewust willen opstellen, maar dat weerhoudt een ander er niet van om oude patronen op te rakelen. En misschien weerhoudt het mijzelf er ook niet altijd van.
Wat is liefde eigenlijk, als het niet iets is wat je kunt kopen, afdwingen of organiseren? Ik kan niet tegen een ander zeggen: “doe voortaan lief”. En ik kan net zo min tegen mezelf zeggen: “doe eens liefdevol tijdens de feestdagen”.
Misschien vraagt liefde om iets anders dan goede bedoelingen. Misschien begint liefde niet bij gedrag, maar bij het vermogen om aanwezig te blijven bij wat in ons opkomt, zonder het meteen te hoeven worden.
Maar hoe ziet dat er dan uit, midden in het leven?
Midden in spanning, irritatie of oude pijn die ineens weer opduikt?
Ik ben benieuwd hoe jij hiernaar kijkt.
Wat betekent liefde voor jou wanneer het schuurt?
En wat helpt jou om niet direct mee te gaan in oude patronen, juist in deze tijd van het jaar?
Bij het teruglezen bleef het beeld van de kerstboom bij mij resoneren. Niet alleen als versiering, maar als symbool van hoe alles wordt gevoed via onzichtbare verbindingen. Juist in deze donkere periode wordt dat beeld tastbaar.
Wanneer we de lichtjes zien als sterren en de kerstballen als planeten, en de boom zelf in het donker bijna verdwijnt, blijven licht en vorm over. Het roept het besef op dat ook sterren en planeten — en alles wat daarop leeft — worden gedragen door onzichtbare stromen van levenskracht.
Misschien voelen we dat onbewust allemaal. Dat verklaart ook het verlangen om juist rond het wintersolstitium samen te zijn. Niet alleen om de duisternis buiten te verlichten, maar om iets in onszelf te verzachten. Om even niet opgesloten te zijn in angst of verdediging, maar gezien en gehoord te worden zoals we zijn. Dat is misschien wel waar we werkelijk naar hunkeren: niet afgesneden zijn, maar verbonden.
Tegelijkertijd zoeken we liefde vaak buiten onszelf. In relaties, samenzijn, feestdagen, erkenning. En al die vormen kunnen mooi zijn, maar ze zijn tijdelijk. Samenzijn valt uiteen, vakanties eindigen, boeken worden uitgelezen, zelfs de warmste momenten lossen weer op. We zijn opgegroeid met het idee dat vervulling van buiten moet komen, en zijn daarbij iets essentieels vergeten.
Die diepere levenskracht is niet fysiek, niet emotioneel en ook niet mentaal. Ze ligt dieper. We kennen haar allemaal, al hebben we haar misschien niet zo leren benoemen: bewustzijn. Het vermogen om aanwezig te zijn bij wat zich aandient, in onszelf en om ons heen, zonder er meteen in op te gaan.
Wanneer we daar verblijven, ontstaat er een andere ervaring van liefde. Rustiger, ruimer, minder voorwaardelijk. Alsof je thuiskomt. Er hoeft niets verdedigd te worden, er is geen eenzaamheid, alleen aanwezigheid.
Misschien is de weg daarheen eenvoudiger dan we denken. Even stoppen met doen. Bewust ademen. En waarnemen wat er is — vanbinnen en vanbuiten. Niet om iets te veranderen, maar om opnieuw verbonden te raken met die stroom die altijd al aanwezig is.
In het Engels wordt liefde soms treffend omschreven als a sense of belonging: het gevoel ergens bij te horen. Niet in de bezitterige zin van “jij hoort bij mij”, maar juist in een ruimere, zichzelf overstijgende beweging: “ik hoor bij jou”. Alsof je jezelf even loslaat en je verbindt met wat zich aandient.
Die ‘ander’ hoeft daarbij niet per se een persoon te zijn. Het kan ook die onderliggende angst zijn waar in het bovenstaande stuk over wordt geschreven. Liefde staat hier niet tegenover angst als een oplossing of een remedie. Het is ook niet het wegwerken van emoties waar we eigenlijk liever vanaf willen. We doen dat tenslotte ook niet bij gevoelens als blijheid of verrassing — die mogen er gewoon zijn.
Liefde vraagt in deze benadering iets anders. Geen analyse, geen stappenplan, geen innerlijk opruimen. Ze stelt slechts één eenvoudige, maar confronterende vraag: wil je erbij blijven?
Bij deze angst.
Bij die tante die blijft zeuren aan de kersttafel.
Bij het aangebrande eten.
Bij alles wat je normaal gesproken liever wegduwt of ontwijkt.
Niet om het goed te keuren, en niet om het te veranderen, maar om niet meteen weg te gaan. Om aanwezig te blijven, ook wanneer het ongemakkelijk wordt. In die beweging denk ik aan de uitspraak van Christus: “kom tot mij” — geen eis en geen geloofsartikel, maar een uitnodiging tot nabijheid. Blijf erbij. Juist daar waar je geneigd bent je af te sluiten. Ware liefde omvat alles.
Ware liefde omvat alles. In het voorbeeld hierboven wordt uitgenodigd om ook datgene toe te laten wat niet prettig is: de zeurende tante, het aangebrande eten. Ook dat hoort erbij — liefde sluit niets bij voorbaat uit. Wat daarbij soms over het hoofd wordt gezien, is dat wij zelf, in de ogen van een ander, ook die ‘zeurende tante’ kunnen zijn. We herkennen ons graag in degene die verdraagt en ruimte geeft, maar minder in degene die stoort of schuurt. Dat beeld willen we liever niet van onszelf zien.
Zodra iemand ons zo ziet, ontstaat vaak de neiging om ons te verdedigen, te nuanceren of het beeld te corrigeren. Maar juist dat is hier niet wat met liefde wordt bedoeld. Liefde vraagt niet om uitleg of herstel, maar om het volledig toelaten van dit perspectief. Niet: “zo bedoel ik het niet”, maar: “ja, zo kan ik ervaren worden.” Zonder verzet, zonder ontkenning, zonder innerlijke strijd.
Misschien raakt dit aan wat in de woorden van Christus klinkt als: “keer ook de andere wang toe.” Niet als morele opdracht, maar als het aannemen van het perspectief van de ander. Geen afstand, geen tegenzet — maar het laten binnenkomen van wat wordt aangereikt. In die openheid hoeft niets meer verdedigd te worden. Dat is wat hier met liefde wordt bedoeld.
In de reactie hierboven wordt liefde vooral verstaan als het vermogen om ook het ongemakkelijke toe te laten: het beeld dat een ander van ons heeft, zelfs wanneer dat schuurt. Dat vraagt geen verdediging en geen correctie. Liefde verdraagt het beeld dat ontstaat — zonder er iets tegenover te zetten. In die zin klinkt hier de uitnodiging om het perspectief van de ander niet buiten te sluiten, maar mee te nemen als deel van de ervaring.
Naast die benadering leeft bij mij nog een andere laag. Want beelden — ook die van “de zeurende tante” — blijven interpretaties. Ze zeggen iets over hoe iemand de werkelijkheid ervaart, maar ze zijn niet de werkelijkheid zelf. Liefde kan die beelden verduren, maar hoeft zich er uiteindelijk ook niet mee te identificeren.
Misschien laat liefde, wanneer zij rijpt, zelfs het omarmen los — niet door afstand te nemen, maar doordat niets meer hoeft te worden vastgezet. Niet omdat het beeld onwaar is, maar omdat het zijn greep verliest. Dan verschuift de beweging van ik ben dit of ik moet dit dragen naar: dit verschijnt nu zo.
In die ruimte ontstaat iets anders. Geen verzet, geen toegeven, geen identificatie. Alleen aanwezigheid. Liefde als een open veld waarin beelden mogen komen en gaan, zonder dat ze hoeven te worden vastgehouden of ontkend.
De vraag is dan misschien niet welke benadering juist is, maar wanneer welke behulpzaam is. Soms vraagt liefde om het verduren van een beeld. Soms om het loslaten ervan. En soms om niets anders dan aanwezig blijven bij wat zich aandient.